Trillingsvrije systemen
groutinjectiepaal |
||
| B 5260 Schroefinjectiepaal A. Typering van het systeem Grondverdingende stalen buispaal, op diepte gebracht door schroeven en gelijktijdige injectie van groutspectie B. Vervaardiging Omschrijving: 1. Een stalen buis, aan de onderzijde voorzien van twee halve, tegegesteld geplaatste schroefbladen, wordt op het maaiveld gepltaatst. 2. De buis word continu vol gehouden met mortel-of groutspecie en in de grond geschroefd. Hierbij vloeit de specie onder enige overdruk aan de onderzijde uit. In de cohesieve bovenlagen is de penetratiesnelheid relatief hoog. 3. In de draagkrachtige lagen wordt het zand laagsgewijs afgeschraapt en vermengd met de uitkomende groutspecie. 4. In de harde en/of moeilijk te doorboren lagen kan de paal schroevend op en neer worden bewogen ter bevordering van het inbrengproces. In het zandpakket wordt de paaldiameter minimaal gelijk aan de diameter van het schroefblad. 5. De stalen buis blijft achter en vormt een onderdeel van de paal. 6. De paalkop wordt afgewerkt en de stelling kan worden verplaatst. D. Karakteristieke eigenschappen 1. Dwarsafmetingen De buis- en bladdiameters worden per project vastgesteld, gebruikmakend van standaardbuismaten. Gangbare maten voor de paalpuntdiameter zijn: ∅ 200 mm - 250 mm - 300 mm - 350 mm - 400 mm - 450 mm - 500 mm - 550 mm - 600 mm - 650 mm. De schachtdiameter is afhankelijk van de diameter van de punt en de buis en de grondsoort: ∅ 180 mm - 200 mm - 220 mm - 250 mm - 300 mm - 350 mm - 400 mm - 450 mm - 550 mm - 600 mm - 650 mm. 2. Mogelijke paallengten De paallengte is in principe onbeperkt vanwege het toepassen van dpaalsegmenten. de maximale paallengte wordt bepaald door de capiciteit van het inbrengmateriaal en de weerstand van de bodem en bedraagt circa 30m. 3. Gebruikelijke wapening De wapening wordt gevormd door de stalen buis. Voor de verbinding van de paal met de bovenliggende contructie kan een stekwapening worden aangebracht; in de regel 3 á 7 staven, minimaal ∅ 12 mm. E Draagkracht/vervormingsgedrag 1. Grondmechanische draagkracht a. Paalklassefactoren conform NEN 6743 en CUR-richtlijn 2001-4: - paalpunt: (ap) = 0.9, ß = 1.0 - schachtwrijvinfg drukpalen: (as) = 0.009 - schachtwrijving trekpalen: (at) = 0.009 b. Aanvullende bepalingen bij berekening paaldrachtkracht: - de diameter van het schroefblad kan worden aangehouden als paaldiameter. - uit proefbelastingen is gebleken dat de zorgvuldigheid van uitvoeren, de aan te houden specie druk en de mate van op en neer bewegen van de buis van invloed zijn op de draagkracht. Bij een aantal gevallen zijn aanzienlijk lagere waarden van de paalklassefactoren geconstateerd. c. Last-vervormingsgedrag overeenkomstig type 1 van NEN 6743 (figuur A 34-18 en A34-19): "grondverdingende paal" d. Belastingsspectrum: tot maximaal circa 1500 á 3000 kN ( rekenwaarde) 2. Wat word als paalpuntniveau aangemerkt? het inschroefnivueau, dat wil zeggen de ondeerkant van de schroefbladen. 3. Mogelijkheden voor vergroting van de grondmechanische draagkracht niet van toepassing 4. Mogelijkheden voor de reductie van de negatieve kleef Reductie van de negatieve kleef is niet mogelijk. De negatieve kleef is bij dit paaltype relatief gering vanwege de kleine paalschachtdiameter, te weten de uitwendige buisdiameter, vermeerderd met een dunne groutschil. F. Mogelijke toepassingen 1a. Toepasbaarheid bij grote variatie in de bodemgesteldheid Aanpassing is mogelijk door de variabele paallengte. Controle op de aard en de vastheid van de funderingslagen is tijdens het inbrengproces slechts beperkt mogelijk. 1b. Toepasbaarheid bij slappe bodemlagemn De aanwezigheid van erg slappe bodemlagen levert bij dit paaltype geen problemen op. 2. Mogelijke Schoorstanden Zie figuur B 52-7 3. Uivoering in bepertke ruimten Dit systeem kan goed in beperkte ruimten worden toegepast in verband met het gebruik van paalsegmenten, die met lassen of schroefkoppelingen aan elkaar worden verbonden. De segmentlengten bedragen 1,0 á 12,0 m. 4. minimale hart-op-hart-afstand in verband met uitvoering Indien de belendende palen een ouderdom van minimaal een dag hebben bereikt, kan in principe een hart-op-hart-afstand worden aangehouden van twee maal de paalpuntdiameter. 5. Minimale tussenafstand tot belendingen in verband met uitvoering Circa 0.25m tot 0.8 m, een ander afhankelijk van het toe te passen materiaal en de situatie. 6. Mogelijke uitvoering vanaf open water. Dit systeem kan met speciale voorzieningen in open water worden uitgevoerd. 7. Geschiktheid als trekpaal Dit paalsysteem is goed geschikt om trekbelasting op te nemen. 8. Aanvullende bepalingen/opmerkingen. - Indien de werkplek bepertke afmetingen heeft, kan de speciale, kleine apparatuur worden ingezet. - De paalafwerking kan bestaan uit een kopplaat met een kopbuis, voorzien van stekwapening. - In zandgrond kan een wand worden geformeerd door de palen in elkaar te schroeven. G. Kwaliteitszorg voor dit paaltype zijn geen beoordelingsrichtlijnen voorhanden. Gewerkt wordt met interne uitvoeringsrichtlijnen. Er zijn leveranciers die over een gecertificeerd kwaliteitsplan op basis van de NEN/ISO-normen beschikken. H Leveranciers een overzicht van de leveranciers van dit paaltype is gegeven in het schema van B 3110. In C 2500 zijn de adresgegevens van deze bedrijven opgenomen alsmede telefoon- en faxnummer, e-mailadress en eventuele website. |
![]() |
|


